Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrouw wordt voorgesteld als iemand, die den man harer jeugd verlaten heeft, alzoo „nicht mehr in der ersten Jugendblüte stehend". „Ware der Dichter hier nicht an ein bestimmtes Bild gebunden gewesen" zegt Fr.| „und h&tte er die Wahl frei gehabt, hatte er es nicht vorgezogen, da wo er die verführerische Buhlerin schildern wollte, ein mit allen Reizen der ersten Jugend ausgestattetes Weib vorzuführen, als seine Zuflucht zu nehmen zu einer Fremden, einer Auslanderin mit berückender Rede, die ihre erste Jugend bereits hinter sich hat?"

Zoo kan men in abstracto redeneeren, maar de lectuur van de Wijsheidgeschriften leert ons, dat de verleiding tot ontucht blijkbaar niet het minst van de gehuwde vrouw is uitgegaan. Hiertegen waarschuwen de Wijzen in den meest dringenden vorm.*) Blijkbaar boezemen ze hen wegens hun' dubbele zonde den meesten afkeer in.J)

Wij hebben gezien, dat de argumenten van Fr. niet van dien aard zijn, dat ze voor zijn'interpretatie van de pericoop over de „vreemde vrouw" beslissen. Ons verder onderzoek zal ons leeren, dat de gedachteninhoud van de parallele pericopen een' dergelijke exegese veelszins in den weg staat. Hier vinden we dikwijls een' schildering van de m» ncx en wat daarmee samenhangt, die heel goed past, wanneer we de uitdrukking mogen nemen in letterlijken zin, maar

i) Cf. Sir. 9:9.

s) Cf. Sir. 23 : 22 sqq.

Sluiten