Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want ijverzucht is mannelijke toorn en ten dage der wraak zal hij geen medelijden hebben; hij zal geen losgeld aannemen, hij doet het niet, hoe hoog gij het ook maakt."

Wat wil Fr. hier verstaan onder de „ijverzuchtige man"? In het O. T. wordt dit beeld vaak gebruikt van Jahwe. Zijn verhouding tot het volk Israël dacht men zich naar analogie van het huwelijk; de afval van dit volk tot andere Goden werd voorgesteld als ontrouw aan den wettigen man *). Wanneer Fr. goed gezien heeft, dan hebben we in het Spreukenboek wel een gelijksoortige, maar toch lang niet dezelfde beeldspraak. Hier toch is voor een „ijverzuchtige man" geen plaats, wij mogen de zaak draaien, zooals we willen.

Wij vestigen nog de aandacht op 5: 15—18. Hier stelt de Mazoretische text de exegeten voor een' moeilijkheid, waaruit men zich alleen heeft kunnen redden door met de LXX in vers 16 het ontkenningspartikel in te voegen, hetwelk voor het verbum ixid1 zou zijn weggevallen.x) Alleen dan ontstaat een begrijpelijke samenhang tusschen vers 16 en 17.

Fr. meent, dat, ook als men zich houdt aan den Mazoretischen text, het verband duidelijk is, mits men maar in het oog houde, dat we hier te doen hebben met een' allegorie. Hij geeft de pericoop

') Cf. o.a. Hosea.

•) Cf. Wildeboer. Kommentar, S. 16.

Sluiten