Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wy komen nu tot de bekende apotheose der Wijsheid 2); volgens Fr. een niet minder duidelijk bewijs, dat de Spreukenlitteratuur zich onder invloed van den Qriekschen Geest heeft ontwikkeld. Ik laat hier de pericoop volgen:

„Jahwe schiep my als de eersteling zijner wegen, vóór zijne werken, in den voortijd; in het grijs verleden ben ik gemaakt; in den aanvang, voordat de aarde er was; toen er nog geen oceanen waren ben ik geboren ; toen er nog geen bronnen waren, rijk aan water; voordat de bergen waren nedergelaten, vóór de heuvelen ben ik geboren ; eer hij land en velden gemaakt had, al het stof der wereld by elkander. Toen hij den hemel grondvestte, was ik daarbij; toen hy een kring trok op het vlak van den oceaan ; toen hij de wolken daarboven bevestigde, en de bronnen van den oceaan met kracht losbraken ; toen hij der zee hare perken stelde, en de wateren zijn bevel niet mochten overtreden; toen hij de grondvesten der aarde vaststelde — te dien tijde stond ik als kunstenares hem ter zijde, mij verlustigend dag aan dag; voortdurend voor zijn aangezicht dartelend, dartelend op zijn wereldrond, mij verlustigende in de menschenkinderen."

Over deze pericoop is reeds zeer veel geschreven. De oude dogmatici vonden hier de openbaring van den eeuwigen Logos, later vleesch geworden in Jezus Christus. Zoo hebben zij reeds langs wijsgeerigen *) Spr. 8: 22—31.

Sluiten