Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wanneer we het begrip hypostase maar niet met Bousset uitbreiden tot de „Wijsheid". Deze gestalte toch is volstrekt niet „abstrakt" of „schemenhaft", maar zoo concreet persoonlijk mogelyk. „Toen hy de fundamenten der aarde vaststelde — te dier tijde stond ik als kunstenares hem ter zijde, mij verlustigend dag aan dag, voortdurend voor zijn aangezicht dartelend, dartelend op zijn wereldrond, mij verlustigend bij de menschenkinderen." Dit is toch geen „Mittelding zwischen Person und abstrakten Wesen". Vergelijkt men hiermee de bloedlooze Joodsch-Alexandrijnsche philosofemen, dan blijkt al terstond, dat we hier te doen hebben met producten van verschillenden geest.

„Sie (wederom „die Hypostasen") sind nicht so losgelöst von Gott" zegt B. ten slotte „wie die konkreten Engelgestalten, mehr mit seinem Wesen verschmolzen und zu ihm gehörig, aber doch wieder gesondert gedacht "

Hieruit blijkt al weer, dat we de „Wijsheid" niet tot de hypostasen mogen rekenen; deze figuur toch is zoo zelfstandig mogelijk gedacht; hier vinden we geen spoor van die schommeling, welke het ons zoo moeielijk maakt de hypostase te definiëeren.

Uit dit alles blijkt reeds, hoe onjuist het is, de Wijsheidsgestalte van de Chokma-litteratuur op één lyn te stellen met de z.g. hypostasen. Tusschen de .Wijsheid" en de hypostasen bestaat slechts een zeer oppervlakkige overeenkomst. Dit zal ons duidelijker

Sluiten