Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doen aan een logische behoefte van het denkend verstand, maakt de laatste geheel den indruk van te zijn een' vrije schepping van de weelderige Oostersche fantasie.

Wanneer we nu voldoende hebben aangetoond, dat we in Spr. 8 niet te doen hebben met een'wijsgeerige notie, overeenkomende met de Alexandrijnsche hypostasen, dan blijven er nog twee mogelijkheden. Wij hebben hier een speling van de fantasie van den dichter, zooals we die wel meer in het Spreukenboek en bij Sirach aantreffen; of deze heeft, om zijn lievelingsidee met de hoogste attributen uit te rusten, zijn' toevlucht genomen tot een' oude mythologische stof.

Hier een beslissing te nemen, valt, strikt genomen, buiten de grenzen van de taak, die wy ons gesteld hebben; het is dan ook alleen ter wille van de volledigheid, dat we ons onderzoek met enkele opmerkingen over dit dilemma besluiten.

In het O. T. komen dichterlijke personificaties van abstracte begrippen niet zelden voor. We vinden ze natuurlijk het meest bij de profeten en psalmisten. Ik volsta met een paar voorbeelden: rZoo wordt het Recht achterwaarts gedrongen en de Gerechtigheid blijft van verre staan, want de Trouw is op straat gestruikeld en de Waarheid kan niet binnen gaan." x) In even concrete gestalten ziet de psalmdichter de geestelijke wereld : „Goedertierenheid en Trouw ont-

!) Jes. 59:14.

Sluiten