Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gaat echter de pericoop, Spr. 8 : 22 sqq. niet verder, wordt hier aan de Wijsheid geen zelfstandig bestaan toegekend? Nemen we de verzen op zich zelf, dan moet het antwoord bevestigend luiden. Wat hier van de Wijsheid wordt gezegd, de geheele omlijsting, waarin zij voorkomt, is meer dan een' toevallige, dichterlijke ontboezeming. Dit wordt ons het best duidelijk, wanneer we de pericoop lezen in haren samenhang. Ze is eenig in het geheele Spreukenboek ; de overgang is zoo verrassend en plotseling, dat men den indruk krijgt, als vertoonde de oude Wijsheid zich hier eensklaps in een nieuw gewaad. Dit is, zooals we zagen, reeds opgevallen aan de Alexandrijnsche vertalers, die daarom den sprong van de practische leermeesteres tot het goddelijk voedsterkind met een' korte inleidende opmerking hebben voorbereid. ') Hoewel de Wijsheid ook elders tot goddelijke hoogte wordt verheven, is toch nergens van haar in dergelijke woorden gesproken. Dit rechtvaardigt het vermoeden, dat we hier te doen hebben met een vreemde stof, die de Joodsche dichter zonder meer heeft overgenomen, of tot een' lofzang op de Wijsheid heeft omgewerkt. Onze pericoop is blijkbaar een oud scheppingspoëm, in de O. Tische litteratuur te interessanter, omdat het zoo sterk afwijkt van de eerste hoofdstukken van Genesis. Deze oude mythe is door den Joodschen dichter gebruikt, om

*) Cf. Pag. 123, noot.

Sluiten