Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hellenistischen invloed ontstaan; dat is een'zienswijze, zoo afwijkend van wat we tot dusverre over dit oude liederenboek hebben gehoord, dat we onwillekeurig vragen naar de gronden, waarop ze rust.

In de eerste plaats wijst Fr. er op, dat de psalmen blijken te zijn ontstaan in een' tijd, waarin een hevige stryd in den boezem der gemeente was ontbrand. De Joodsche gemeente vinden we verdeeld in twee partijen; aan den eenen kant de „vromen", die zich zelf noemen de armen en verdrukten ; aan den anderen kant de „goddeloozen", gewoonlijk in één' adem genoemd met de rijken en machtigen. Deze laatsten hebben het verbond Gods vergeten, ze verheffen zich op wereldsche Wijsheid, ze zijn wijs in hun' eigen oogen en gevoelen zich in elk opzicht de meerderen van de in verstandelijke verlichting ver ten achter gebleven „vromen", wien ze hun' geestelijke en stoffelijke meerderheid op allerlei wijze doen gevoelen.

Deze desolate toestand van de gemeente is volgens Fr. eerst begonnen in de 2de helft van de 4de eeuw, toen de Grieksche beschaving ook Palestina overstroomde, en daar een soort populaire wetenschap, een' nuchtere verstandsverlichting ingang deed vinden, die weldra den eerbied voor den godsdienst der Vaderen ondermijnde, en vooral onder de jeugd de godsdienstloosheid hand over hand deed toenemen.

Fr.'s redeneering schijnt heel plausibel, zoolang men er geen' andere feiten tegenover stelt. Zeker,

Sluiten