Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een andere vraag is het, of in het beeld, dat de psalmisten ons van de „goddeloozen" ontwerpen, ook enkele trekken voorkomen, die er op wijzen, dat we hier te doen hebben met een' partij, die zich gevormd heeft onder den invloed van de Helleensche cultuur.

Friedlander antwoordt bevestigend. „Wir haben da" zegt hij „ein vom intellektualistischen Hochmut erfülltes Zeitalter vor uns, wo, wie der Spruchdichter klagt, ein Geschlecht emporgekommen ist, das nach seinem Dünkel rein und doch von seinem Schmutz nicht gewasschen ist; ein Geschlecht, das seine Augen so stolz und seine Wimpern so hoch trügt, ein Geschlecht dessen Zahne Schwerter und Messer sind, um die Elenden im Lande und die Dtirftigen unter den Menschen zu verzehren."

Intellectueele hoogmoed, dat is inderdaad in het oog der psalmisten één van de hoofdzonden van den „goddelooze"; hij laat zich in met dingen, die voor menschen te groot en te wonderbaar zijn1), endaarbij ontwikkelt hij een' welsprekendheid, die den eenvoudigen vrome doet verstommen. 2)

Moeten we nu met Fr. dezen geest van verlichting en de daarvan uitgaande kritiek op de overgeleverde godsdienstige voorstellingen op rekening schrijven van de beschaving, die na de verovering van Alexander den Groote van uit het Westen Palestina binnendrong?

!) Cf. Ps. 131. ') Cf. Ps. 39.

Sluiten