Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nuchter denkende personen kreeg het verstand de overhand; bij meer mystiek aangelegde naturen moes ten de eischen van het verstand zwichten voor de behoeften van het hart. Ziehier in hoofdzaak de banen, waarlangs het geestelijk leven der Joodsche gemeente zich moest ontwikkelen.

Natuurlijk zijn dit slechts hoofdlijnen, in werkelijkheid was de toestand oneindig gecompliceerder. Daar waren onder de menschen van de nieuwe richting mannen als de schrijver van het boek Job, die hartstochtelijk uitvielen tegen de aanhangers der traditioneele voorstellingen; daar waren mannen als de Prediker, sceptische naturen, die dikwijls niet verder kwamen dan een „Ja" en „Neen"; ®n achter hen stond de breede schaar van heel en half onverschilligen, menschen, die zich over godsdienstige dingen weinig bekommerden, maar die het welvoegelijk achtten zich thans te scharen aan de zijde der verlichting.

Zoo wijst dan m. i. het verwijt van intellectueele hoogmoed, dat de „vromen" de „goddeloozen voor de voeten werpen, niet op Griekschen invloed. Dat de trotsche kritiek in de gemeente het hoofd opstak, was het noodwendig gevolg van eigen innerlijke ontwikkeling. De strijd, die bestond tusschen de dagelijksche ervaring en het hoofddogma der gemeente, waaraan eigenlijk haar geheele geloof hing, werd zelfs door de psalmisten gevoeld, maar, in het bewustzijn van wat hier op het spel stond, wisten zij hunne verstandelijke bezwaren te onderdrukken.

Sluiten