Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

185. Verdediging van het ontwerp door Dn bus 185. — Bestrijding door verschillende leden uit het Noorden 185 188. Burgerlek Wetboek 188. — Verband tusschen de wet van 1814 en artikel 641 B. W. 188 en 189. — Ontwerp van wet van 25 October 1845 189 en 190. Wet van 6 Maart 1852 190—198. — Bestrijding van het ontwerp dezer wet 192—195. — Wet van 1814 niet in strijd met artikel 641 B. W. 192. — Wenschelijkheid van het behoud van de verplichting van afpaling 193. — Voordeelen van het publieke jachtveld-stelsel boven het grondeigendoms-jachtrecht-stelsel 193 en 194. Verdediging van het ontwerp door Thorbecke 195 198. Wet van 1814 wel in strijd met artikel 641 B. W. 195. — Waarschijnlijkheid, dat noch de jacht als sport, noch de fiscus door de invoering van het grondeigendoms-jachtrecht-stelsel zouden lyden 196. Verplichting van afpaling ware onrechtvaardig 196 en 197. — Het ontwerp niet aristocratisch 197 en 198. — Wet van 13 Juni 1857 198 en 199. — Ontwerp - Oldenhuis Gratama c. s. van 1873—1876 199 en 200. Latere parlementaire aanvallen op de jachtwet 201. — Benoeming eener Staatscommissie voor de zaken van de jacht 202.

HOOFDSTUK II.

Kritiek en opbouw.

Wijziging van het positieve Nederlandsche jachtrecht mag niet langer uitblijven 203. — Is daarbij invoering van het publieke jachtveld-stelsel wenschelijk? 203—207. — By dit stelsel zijn de belangen van den wildstand niet genoeg gewaarborgd 204 206. — Correctieven daartegen zijn mogely k, maar kunnen niet ingevoerd worden 205 en 206. — Het stelsel is onvereenigbaar met onze rechtsbeschouwingen 206 en 207. — Moet het grondeigendoms-jachtrecht-stelsel behouden blyven? 207—212. — Ook bij dit stelsel wordt niet voldoende gezorgd voor de belangen van den wildstand 207—209. — Het stelsel is onmachtig om de strooperij tegen te gaan 209—212. — en laat geene ruimte voor eene deugdelijke wildschaderegeling 212. — Is de invoering van het jachtcomplexens tel sel wenschelijk ? 212—217. — Bezwaar, dat het stelsel niet in

Sluiten