Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de klachten over wildschade, die uit den pamflettentijd aan liet einde der 18e eeuw, met de voor die tijden gebruikelijke overdrijving, tot ons gekomen zijn, zien wij, dat in het bijzonder het konijn werd beschouwd als de ware plaag van den landman '). Over schade, door hazen of ander wild, behalve herten en reeën, toegebracht, evenwel geen spoor. En thans, meer dan eene eeuw later, wordt volgens de zeer betrouwbare opgaven in de Verslagen over den Landbouw 2), waarin gegevens over wildschade uit geheel Nederland verzameld zijn, in de jaren 1890—1900 van de ruim 1200 gemeenten van Nederland respectievelijk slechts in 15, 17, 20, 29 en 21 geklaagd over noemenswaardige3) schade

gang 1902 Ns. 9 en 10 stelt zich op het standpunt, dat in het bijzonder konijnen en fazanten eene ramp voor de boeren zyn. Verg. met betrekking tot de fazanten, S i c k e s z, t. a. p. bi. 67.

1) Bundel van requesten tegens den aanwas van grof wild en conijnen, binnen de provincie van Utrecht, en voornamentlijk aan den bergkant grasserende, aan Haar Ed. Mog de Heeren Staten 's Lands van Utrecht gepresenteert (1783), en Request tot surseance van citatiën bij den Heer L. Houtvester over de wildbaanen 's Lands van Utrecht (1785).

2) Dit verslag wordt samengesteld, doordat door den met de zaken van den landbouw belasten Minister jaarlyks door tusschenkomst van de Commissarissen der Koningin' in de onderscheidene provinciën aan alle burgemeesters vragenlijsten ter invulling worden toegezonden.

3) Ongetwijfeld is „noemenswaardige schade" een eenigszins vaag begrip. Dit wordt dan ook erkend in het Verslag over 1898, bl. 55. „Het spreekt wel van zelf, dat hierop" (op de vraag, wat noemenswaardige wildschade is) „geen algemeen antwoord gegeven kan worden en dit oordeel moet worden overgelaten aan hen, die met de beantwoording der gestelde vragen belast zyn." Men heeft er echter naar getracht de opgaven zoo nauwkeurig mogelijk te doen zyn, door aan de burgemeesters op te dragen zich bij het invullen der vragenlijsten, door eene deskundige commissie te doen bijstaan en voorlichten. „Bij de beoordeeling van tabel 34 mogen wij dan ook zeggen, dat de daarin opgenomen cijfers op de hiervoren aangewezeu wijze verkregen zyn, zoodat gerust kan worden aangenomen, dat al de daarin genoemde nadeelige invloeden in het opgegeven aantal gemeenten noemenswaardige schade hebben doen ontstaan."

Sluiten