Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

standers van de jacht toch wel niet zoo geheel zonder beteekenis zullen voorkomen.

In Rusland, waar in het bijzonder de pelshandel van groote beteekenis is, worden de jaarlijksche opbrengsten, uit de jacht voortvloeiende, geschat op ruim .'300 millioen roebels, waardoor het de derde bron van inkomsten van het groote rijk vormt').

In Oostenrijk werden in de jaren 1883—1885 gemiddeld voor eene waarde van 4738049 kronen aan wild gedood, waaronder 1172424 hazen en 1132656 patrijzen *). In 1905 werden geschoten 1696646 hazen, 2107796 patrijzen, 261915 fazanten, 106858 reeën, 59827 kwartels 3). Ingevoerd werd in dat jaar 26500 K.G. levend wild, 14400 K.G. „Haarwild" en 22300 K.G. „Flugwild" en uitgevoerd 255300 K.G. levend wild, 1393700 K.G. „Haarwild" en 475800 K.G. „Flugwild" 4).

In Pruisen werden van 1 April 1885—31 Maart 1886 gedood 4573634 stuks vliegend en 2987672 stuks loopend wild, waaronder 2373499 hazen, 85247 vossen en 109762 reëen. De geheele wildproductie bedroeg in dat jaar 10506731 KG. d.i, 0,37 KG. per hoofd der bevolking, ter waarde van 11824096 Mark. Van dit bedrag vielen 8750783 Mark op loopend en 3073313 Mark op vliegend wild. Hazen en patrijzen alleen brachten 7148181 Mark op, reeën 1794095 Mark en fazanten 508486 5).

1) Verg. M. Endres, Monographie „Jagd" in Hand würterbuch der Staatswissenschaften van Conrad, Elster, Lexis en Loen i n g , bl. 1303.

2) Oesterreichs i'orstwesen 1848—1888, bl. 302.

3) Statistisches Jahrbuch des K. K. Ackerbau-Ministeriums für das Jahr 1905. Drittes Heft, Forst- nnd Jagdstatistik. Tabel XXVI, bl. 342—344 en Statistisches Handbuch herausgegeben von der K. K. Statistischen Zentralkommission für das Jahr 1906, bl. 177—179.

4) Statistik des Auswiirtigen Handels des österreichisch-ungarischen Zollgebiets, bl. 6 en 38.

5) Deze ambtelyke statistiek is in de onderscheidene gemeenten en

Sluiten