Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een bovenmatige wildstand >) moet tegengegaan worden en in die richting vindt de wetgever tot op zekere hoogte een bondgenoot in de ontwikkeling van de beschaving en van de cultuur, die er van haar kant ook gestadig toe medewerken, om den wildstand binnen eenigszins beperkte grenzen te houden. De wildstand, en in het bijzondei het grove wild, behoeft toch voor zijne ontwikkeling groote bosschen, woeste gronden, moerassen en rivieren. De bosschen, woeste gronden en moerassen, die in ons land toch al vrij beperkt zijn in vergelijking met andere landen, worden hoe langer hoe meer ontgonnen en daarmede worden de schuilplaatsen voor het wild steeds meer ingekrompen. Bovendien werken de verbetering van de verkeersmiddelen en de daaruit voortvloeiende toeneming van het verkeer, de versnippering van den grondeigendom en niet het minst de verbetering van de jachtwapenen, die thans eene veel zekerder trefkans bieden, eveneens in de richting van een achteruitgang van den wildstand.

En niet alleen in ons land maar in alle beschaafde staten heeft de wildstand door de inwerking van deze factoren de strekking om achteruit te gaan. Het behoeft dan ook geene verwondering te wekken, dat sommige diersoorten geducht op weg zijn om uit te sterven. De oeros is reeds van de aarde verdelgd; elanden vertoonen zich in Duitschland nog slechts in de buurt van Memel, aan de moerassige oevers van de Weichsel, maar gaan ook daar voortdurend in aantal achteruit, vooral door de inwerking van de klimatologische gesteldheid van het land. In Zweden alleen komen

1) Een abnormaal groote wildstand kan groote nadeelen met zich brengen, zelfs bij extensieve cultuur. De toestanden in de 17de en 18de eeuw, in het bijzonder in Duitschland tijdens en na den dertigjarigen oorlog, zyn daarvoor het beste bewys Verg. D r. K. Th. von Inaraa-Sternegg, Deutsche Wirtschaftsgeschichte in den letzten Jahrhunderten des Mittelalters (1889), eerste deel, bl. 378.

Sluiten