Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

quisque capiat an in alieno." L. 3. § 1 D. d a. r. d. (XL1.1)').

Dit stelsel vertoont eenige overeenkomst met het oude Romeinsch-rechtelijke standpunt. De eenige plaats in de Instituten van Justinianus, die over het jachtrecht') handelt, — § 12 I. de Rer. div. (II. 1)3)—vestigt geen band tusschen grondeigendom en jachtrecht. Slechts krachtens liet algemeen geldende verbod om eens anders grond te betreden tegen diens wil, kon de grondeigenaar derden beletten op zijn grond te jagen (jus prohibendi ne quis ingrederetur). Betrad iemand dus gronden van derden tegen hun wil tot uitoefening van de jacht, dan kon hij niet wegens jaclitdelict worden vervolgd, maar alleen met eene civiele actie wegens onrechtmatige daad, actio injuriarum, tot schadevergoeding worden aangesproken. Had iemand daarentegen het recht om gronden van derden te betreden, dan vormden

1) Verg. Y i n n i u s, In quatuor libros Institutionum imperialium commentarius (Uitgave Heineccius, 1767), eerste deel, bl. 169. „Non obstat, quod in praedio alieno domino invito venari non licet, nam prohibiiio ista conditionem animalis mutare non potest, neque efficere, ut id quod captum est, fiat prohibentis: alioqui non nuda probibenti actio injuriarum pareret, sed rei vindicatio et condictio furtiva."

2) Een karakteristiek verschil tusschen de jachtbepalingen in het Romeinsche Recht en het hedendaagsche jachtrecht, zooals wij het in de verschillende staten ontmoeten, is hierin gelegen, dat volgens het Romeinsche Recht niet, zooals thans, slechts bijzondere soorten, maar alle in het wild levende dieren objecten van jacht uitmaakten. Een jachtrecht in de hedendaagsche beteekenis van het woord kent het Romeinsche recht dan ook niet. Verg. Windscheid, Lehrbuch des Pandektenrechts, bl. 631 en 632; anders von Wachter, Sammlung von Abhandlungen der Mitglieder der Juristenfacultat in Leipzig I, bl. 333—375.

3) Ferae igitur bestiae et volucres et pisces, id est omnia animalia quae in terra mari caelo nascuntur, simulatque ab aliquo capta fuerint, jure gentium statim illius esse incipiunt: quod enim ante nullius est, id naturali ratione occupanti conceditur. Nee interest, feras bestias et volucres utrum in suo fundo quisque capiat, an in alieno: plane qui in alienum fundum ingreditur venandi aut aucupandi gratia, potest a domino, si is providerit, prohiberi ne ingrediatur.

Sluiten