Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de gronden loopen, gaan door de afsluiting niet te niet. Geene andere voorwaarden worden in dit decreet aan de private grondeigenaren opgelegd en het is dan ook alleen naar deze voorwaarden, dat de jachtwet yan 1902 verwijst. De bedoeling, die bij het stellen dier voorwaarden bij den wetgever voorzat, was ongetwijfeld deze, dat naast de erkenning van de rechten van de grondeigenaren, toch aan den anderen kant de niet minder heilige rechten der gemeenschap niet uit het oog mogen verloren worden.

Bovendien moeten grondeigenaren, indien zij privatieve jachten willen vormen, voldoen aan de wettelijke voorschriften betrelTende de belastingen („las disposiciones vigentes sobre tributación"). Eene bijzondere belasting op privatieve jachten, als waarnaar artikel 9 der jachtwet verwijst, is tot nog toe niet ingesteld. Dit ligt trouwens geheel in de rede. De gedachte aan zoo'n belasting heeft bij den wetgever voorgezeten uit overweging, dat op de terreinen, die privatieve jachten vormen en uitsluitend voor de jacht bestemd zijn, eene wezenlijke industrie wordt uitgeoefend of althans kan uitgeoefend worden. De ontwikkeling dezer industrie moet echter eerst worden mogelijk gemaakt en het niet helïen eener bijzondere belasting in de eerste jaren na het in werking treden der wet behoort tot de deswege te verleenen tegemoetkomingen.

De privatieve jachten, die aan de in de wet gestelde voorwaarden voldoen, moeten ten slotte afgepaald zijn naar alle windstreken met palen van hout of steen, die tot opschrift hebben de woorden: „Vedado de caza."

Behalve op het Iberische schiereiland ontmoeten wij het stelsel van het publieke jachtveld in het meerendeel deivroegere Italiaansche Staten: Piëmont en Sardinië1)

1) Regie Patenti, 29 dicembre 1836, art. 2 en Regie Lettere Patenti, 16 luglio 1844, art. 5.

Sluiten