is toegevoegd aan uw favorieten.

Jachtrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schijnlijk nog al eens vaak, de foresten zouden geschonden hebben, althans de keizer vond het noodig „iterurn banniare" en strenge straffen tegen dit furtum van „feramina nostra" te bedreigen ').

Het is onzeker, of en zoo ja, welke bijzondere rechtspositie liet forest vóór de regeering van Karei den Grooten innam, of het namelijk gesteld was onder lands- of onder koningsrecht. Onder Karei verdwijnt echter deze onzekerheid en in eene zijner vele oorkonden lezen wij „Hanc igitur forestem, quam legali more S. Petro tradidimus, per bannum nostrum omnibus prohibemus, ut nemo successorum nostrorum regum vel quaelibet alia persona bestiam in ipsa ca|>ere.... presumat. Quod si quis fecerit, bannum nostrum solvere cogatur" 2). Met den koningsban van GO solidi werd dus de schending van een forest bedreigd, waarmede het van zelf buiten het landsrecht en onder koningsrecht gesteld werd. Geregeld vinden wij dezen koningsban terug sedert de schenkings-oorkonde van koning Zwentibold aan den aartsbisschop van Trier in het jaar 896. Bij deze oorkonde bepaalde de koning „quandam silvam in pago Treverensi in bannum mitteremus et ex ea, sicutFranci dicunt, forestem faceremus" en hij verbood iedereen daarin te jagen, op straffe „quod si quis fecerit, bannum nostrum solvere cogatur" 3).

Door schenking werden foresten vaak door den koning overgedragen aan de grooten zijns rijks. Wij zagen daarvan boven reeds twee voorbeelden in de schenking van Karei den Grooten aan St. Pieter en van koning Zwentibold aan den aartsbisschop van Trier. Zoo schonk vroeger koning P e p ij n de Korte in 7G8 een zeker forest Iveline aan

1) B o r e t i u s, t. a. p. I, bl. 98.

2) Gr. W a i t z, Deutsche Verfassungsgeschichte (1861), Deel 4, bl. 110. Noot 3.

3) Dr. W. Sickel, Zur Geschichte des Bannes (1886), bl. 43.