Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den abt van St. Denis en gebood „ut nulla praesumptio judiciariae potestatis pro quibusdam occasionibus aut aliquid exercitandum venationibus absque permissum rectoris ipsius monasterii ingredi paenitus non praesumat J). Ook in ons land schonken zoo de Frankische en later de Duitsche vorsten foresten weg. Op 7 Juni 777 begiftigde Karei de Groote de St. Maartenskerk te Utrecht met vier foresten: Hengestscoto, Fornhese, Mocoroht en Widoc, „quae sunt de ambabus partibus Hemi"'). Zoo zien wij op 13 April 968 koning Lotharius het forest Wasda in vollen eigendom geven aan een zekeren graaf Dirk; „forestum Wasda in eodem comitatu" s). Verder schonk bisschop Ansfrid van Utrecht op 18 November 1008 aan het klooster Hohorsta (Hooge Hoistol Heiligenberg) een forest, dat hem „regali scilicet manu, traditione ac constipulatione nobis concessum erat, gelegen in Ermelo 4). Het meest bekende voorbeeld van eene forestenschenking hier te lande is echter wel die van 26 November 944, waarbij koning Otto aan bisschop Balde rik van Utrecht het jachtrecht schonk „jus servetur forestense utpote nobis et nostris" en dat jachtrecht, dat hem werd geschonken, omvatte, „ut nullus comitum aliorumve hominum in pago Thriente vocato, quod est in comitatu Everhardi, cervos, ursos, capreas, apros, bestias insuper, quae teutonica lingua E 1 o aut S c h e 1 o apellantur, venari absque praelibatae cathedrae praesulis permissu praesumat" 5). Op 24 April 1006

1) S i c k e 1, t. a. p. bl. 42.

2) S1 o e t, Oorkondenboek der graafschappen Gelre en Zutfen tot op den slag van Woeringen, 5 Juni 1288 (1872—1876), bl. 13.

3) Van den Bergh, Oorkondenboek van Holland en Zeeland

(1866), Deel I, bl. 30.

4) Sloet, t. a. p. bl. 132.

5) Mr. S. Muller Fz., Het oudste cartularium van het Sticht Utrecht, in de Werken, uitgegeven door het Historisch Genootschap, Serie III N°. 3, bl. 65; Van Mieris, Groot Charterboek der graaven van Holland en Zeeland en heeren van Vriesland (1753 '56), Deel I, bl. 41 en 42; S 1 o e t, t. a. p. bl. 182.

Sluiten