Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

feitelijk veroordeelde: een voorloopiggouvernement, hetgroote punt, waarop hij zijne redeneering bouwde, brengt toch geene veranderingen van zoo ingrijpend karakter in de bestaande rechtsinstellingen als deze.

Dit alles neemt evenwel niet weg, dat, hoe ruw en onoordeelkundig generaal Sack ook te werk ging, ongetwijfeld het doel van zijn maatregel was het belang van de jacht en van den wildstand; zooals het in de considerans heette: „pour faire refleurir la chasse et la pêche, aussi bien dans les bois domaniaux que dons les forêts communales et des particuliers." Om dit doel te bereiken was het noodig het recht der eigenaren te beperken in dien zin, dat een gemeente-jachtstelsel ingevoerd werd: „II ne sera plus permis aux membres des communes de chasser sur les terres appartenantes a la commune entière, mais sera la ferme du droit de chasse sur les terres d'une commune ou d'un linage, adjugée a 1'enchère, au profit de la caisse communale." (art. 5. 1°. Verord. 18 Augustus 1814).

Dit bijzondere stelsel van jachtgerechtigdheid, dat zoozeer afweek van het in het overige België gehuldigde grondeigendoms-jachtrecht-stelsel, is, ondanks verschillende pogingen om tot eene wijziging te geraken, in Overmaas blijven bestaan tot aan de bovengenoemde wet van 1840, die voor geheel België eene uniforme jachtrechts-regeling bracht').

Hoewel de herhaaldelijk gewijzigde wet van 1846 niet die gunstige werking voor den wildstand heeft gehad, die men van haar verwachtte, neemt de jacht in België voortdurend toe. Het belang van de jacht en van het jachtbedrijf wordt dan ook door de Belgische regeering niet uit het oog ver-

t) In dien zelfden tijd, na den val der Napoleontische dynastie, werd een dergelijk stelsel als in Overmaas ingevoerd door de k. k. oesterreichische und k. baierische gemeinschaftliche LandesadministrationsKommission in het grootste deel van de tegenwoordige Palz en de provincie Rheinhessen (Verordnung 21 September 1815. — Amtsblatt 1815, bl. 253).

Sluiten