Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook in de wetgeving der staten van Noord- en OostEuropa wordt het grondeigendoms-jaohtrecht-stelsel aangehangen.

In Denemarken wordt dit stelsel reeds van 1810 af gehuldigd. In § 1 der verordening van 20 Mei van dat jaar werd toch bepaald: „Jagten in Vort Rige Danmark skal uden for Vore Vildtbanedistrikter samt de Steder, livor den fremdeles bliver Os forbeholden, tilkomme Grundejeren." Ook de thans geldende jachtwet ') begint met dit stelsel als uitgangspunt voor de regeling van het jachtrecht op den voorgrond te stellen.

In Denemarken is de oude feudale toestand geheel opgeheven l), maar dat neemt niet weg, dat er nog steeds jachtrechten voorkomen, die als zakelijk recht rusten op gronden van derden. Vóór het tot stand komen der jachtwet van 1894 hebben toch verschillende grondeigenaren bij verkoop van hun grond aan hunne pachters zich het jachtrecht voorbehouden. Toen nu in 1894 de nieuwe jachtwet tot stand kwam, heeft deze met die zakelijke jachtrechten rekening gehouden en ook moeten houden. Immers, al misten deze de feudale kleur, voor den landbouw waren zij van even noodlottigen invloed. De jachtwet van 1894, die de landbouwbelangen in engeren zin met de belangen van den wildstand wil verzoenen, streeft er daarom naar, aan deze zakelijke jachtrechten een einde te maken: in haar artikel 2 geeft zij aan den grondeigenaar het recht, om het jachtrecht van derden op zijn grond af te koopen.

1) Lov om Jagten. 8<le Maj 1894.

2) Tot de leden van het Congres international de la chasse, in 1907 te Antwerpen gehouden, was het nog niet doorgedrongen, dat de wet van 1840 in 1894 door eene nieuwe wet is vervangen. Op bl. 72 van den Compte-rendu wordt aan de wet van 26 Mei 1840 nog steeds geldingskracht toegeschreven. Ook de karakteriseering der Deensche jachtwetgeving als „restes de féodalité compliqués de modernisme" is volslagen in strijd met de werkelijkheid.

Sluiten