Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heffen van zulke jachtprivileges bestaan in de Zweedsche wetgeving niet.

Ook in Zweden is een gedeelte van het territoir gemaakt tot publiek jachtveld, namelijk de van het kroondomein afgescheiden boschgronden, de gronden in het uiterste noorden van het Rijk en de eilanden langs de kust en in volle zee. (§ 4 lid 1).

In Rusland is het jachtrecht geregeld in de Verordening op den Landbouw1), een zgn. allerhoogst bekrachtigd besluit van den Rijksraad — een der vele staatsrechtelijke vormen, waaronder Russische rechtsnormen kracht van wet bekomen — van 3 Februari 1892. (Hoofdstuk II artikelen 153—190)2). Deze jachtwet geldt evenwel niet voor het Russische Rijk in zijn ganschen omvang, eene beperking trouwens, die — te verklaren eensdeels uit historische, andersdeels uit ethnologische oorzaken — in de wetgeving van het reusachtige rijk niet zelden voorkomt.

Het jachtrecht is in de streken, waar de verordening van 1892 kracht van wet heeft, inhaerent aan den grondeigendom. Op zijne gronden is de eigenaar met uitsluiting van ieder ander tot de jacht gerechtigd, (art. 164).

De jachtwet van 1892 is sedert aan eene speciale staatscommissie, onder voorzitterschap van grootvorst Sergius Michaïlowitsch, ter herziening en aanvulling voorgelegd. In 1904 is deze commissie met haar arbeid klaar gekomen en de belangrijkste afwijking, die haar ontwerp van de geldende jachtwet vertoont, is gelegen in het eerste artikel, waarin

1) S w o d Zakouof (verzameling van Russische wetten). Deel XII 20.

2) Daarnaast staan nog eenige losse bepalingen betreffende overtredingen en misdrijven op het stuk van de jacht, welke bepalingen, volkomen in overeenstemming met de idee eener strenge codificatie, in de verschillende strafwetten zyn opgenomen. — Swod Zakouof, Deel XV.

Sluiten