Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijner huisgenooten, tot zijne familie behoorende, tot wederopzeggen kan aanstellen tot Jagdstellvertreter, die ten aanzien van het jachtrecht als eigenaar wordt beschouwd.

Niettegenstaande artikel 25 der Zwitsersche bondsconstitutie') aan den bondsraad het recht geeft, om het jachtrecht in geheel Zwitserland in zijn vollen omvang te regelen, houdt de jachtwet van 24 Juni 1904 *) niets meer in dan jachtpolitiaire voorschriften en het jachtstrafrecht. De jachtgerechtigdheid regelt de honds-jachtwet in het geheel niet; integendeel, in haar artikel i laat zij deze met zoovele woorden ter regeling over aan de onderscheidene kantons. Van eene regeling dezer materie in de bonds-jachtwet zouden de kantons ook ongetwijfeld niet gediend zijn; de debatten bij gelegenheid van de behandeling der thans geldende jachtwet in de Conseil National leveren daarvoor het beste bewijs.

De meeste kantons stellen zich in hunne kantonnale jachtwetten op het standpunt van het grondeigendoms-jachtrechtstelsel (Patentsystem), terwijl slechts twee, Aargau en Bazelland, het complexensystem (Reviersystem) huldigen.

Door 1 en 2 W. IV. c. 32 (Day Poaching Act.) is in Engeland het jachtrecht weer verbonden met den grondeigendom, zooals het in den Angelsaksischen tijd was geweest3). Echter werd dit recht beperkt door sections 8, 9 en lü dier wet,

1) Artikel 25 der Zwitsersche Constitutie luidt: „La Confédération a le droit de statuer des dispositions législatives pour régler 1'exercice de la pêche et de la chasse principalement en vue de la conservation du gros gibier dans les montagnes, ainsi que pour protéger les oiseaux utiles a 1'agriculture et a la sylviculture."

2) Loi fédérale sur la chasse et la protection des oiseaux du 24 Juin 1904. — Feuille fédérale de 1904, deel IV, bl. 647.

3) Verg. Dr. K. Wertheim, Würterbuch des Englischen Rechts. (1889), voce „Game Laws", bl. 267.

Sluiten