Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten doel aan deze toestanden een einde te maken en, door ook ten aanzien der gemeentelijke jachtcomplexen eischen van samenhang en minimam-oppervlakte te stellen, „besondere jagdliche sowie rechtliche Verhaltnisse in het leven te roepen'). De bedoeling van den wetgever van 1907 was om eene regeling te treffen, waardoor de gemeenten, zonder noemenswaardigen achteruitgang in rechten, grootere economische voordeelen uit de jacht zouden plukken *). Daardoor zou de eisch van minimum-oppervlakte en samenhang slechts naar den schijn, niet in werkelijkheid ten nadeele der gemeenten werken. Deze goede bedoeling nam evenwel niet weg, dat, gedurende den geheelen loop deiberaadslagingen, de voorgestelde bepaling grooten tegenstand ontmoette, vooral gegrond op het bezwaar, dat de kleinere gemeenten alle medezeggenschap in jachtzaken zouden verliezen. Niet dan na heftigen tegenstand is dan ook ten slotte de bepaling in de wet opgenomen.

Het had echter weinig gescheeld, of op dezen algemeenen regel was eene algemeene uitzonderingsbepaling in de wet neergelegd. In het wetsontwerp, zooals het door de Regeering was ingediend, werd op voorstel van de XIII lvommission über den Gesetzentwurf, betreffend die Ausübung des Jagdrechts 3), door het Haus der Abgeordneten aangenomen, dat een gemeente-territoir, ook al was het minder dan 75 H. A. groot, toch een zelfstandig jachtcomplex zou vormen, „wenn sie erheblichem Wildschaden ausgesetzt ist" 4)- Toch 8in8

1) Bericht der Kommission für Agrar-Verhaltnisse. — Herrenhaus.

Session 1907. N°. 122.

2) De wet van 1907 heeft vooral ten doel om eene algemeen geldende minimum-oppervlakte voor jachtgebieden in het leven te roepen en tevens om eene deugdelyke enclave-regeling te treffen.

3) Bericht der XIII Kommission über den Gesetzentwurf, betreffend die Ausübung des Jagdrechts. — Haus der Abg. 20 Legisl. III Session. 1907. Nr. 322, bl. 3 j». 74.

4) Zusammenstellung des Gesetzentwurfs, betr. die Ausübung des

Sluiten