Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minimum-grootte voldoen, het recht tot uitoefening der jacht toegekend.

Deze minimum-oppervlakte is in de onderscheidene wetten verschillend vastgesteld binnen de uiterste grenzen van 15 H.A. 75 A. 87 M2 = 50 Morgen (Wurtemberg, art. 2 sub 1) en '250 H.A. (Anhalt § 3 sub 2) '). De meeste wetten echter wijken ten aanzien van deze quaestie slechts weinig af van de minimum-oppervlakte, die de tegenwoordige jachtwet van Pruisen (§ 4 lid 1 sub 2) voor de privatieve jachten eischt, 75 H. A. 2).

Ook in de nieuwe Lübecksche jachtwet van 6 Maart 1900 is deze grens van 75 H. A. overgenomen. In het oorspronkelijke ontwerp van deze wet, zooals het door den Senaat

1) Alle wetten van jongere dagteekening geven den minimum-oppervlakte-eisch, waaraan privatieve jachten moeten voldoen, aan in hectaren, de oudere wetten in Morgen, Acker of Scheffel.

De Pruisische minimum-oppervlakte-eisch van 75 H. A. is ook aangenomen in Reuss. j. L., Hamburg, Bremen en Liibeck.; in Baden 72 H. A.; in Coburg 60 H. A.; in Rheinhessen 40 H.A. (boschgronden 80 H. A.); in alle Oostenrijksche wetten 115 H. A. en in Saksen-Weimar 200 H.A.

In Waldeck-Pyrmont 100 Morgen, in Schwarzburg-Rudolstadt 200 Morgen en in Starkenburg en Oberbessen, Brunswijk Schaumburg-Lippe en Schwarzburg-Sondershausen 300 Morgen (een Morgen — -t '/4 H.A.)

In Saksen-Altenburg en Gotha 200 Acker en in Saksen 300 Acker. (In Saksen-Altenburg wordt een Acker gerekend op 200 Q Ruthen, in Gotha op 140 14 schuhigen Q Ruthen, in Saksen op ruim een halve H. A).

2) Zoowel in het Haus der Abgeordneten (Dr. von Savigny in de vergadering van 13 Mei 1907; Verhandl. t. a. p. bl. 5109) als in het Herrenhaus (Graf von Mirbach-Sorquitten in de vergadering van 6 Juni 1907; Yerhandl. t. a. p. bl. 348) werd er op gewezen, dat 75 H. A. feitelijk een te geringe eisch was met het oog op de economische uitoefening van de jacht. Deze 75 H.A. in de wet van 1850 (300 Morgen) moest evenwel beschouwd worden als een compromis, waartoe men in 1850 was gekomen wegens de in de verschillende provinciën zoozeer uiteenloopende bodemverdeeling, vooral met het oog op de toestanden in het westen der monarchie.

Sluiten