Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klein grondbezit zou vormen. Bovendien oordeelden zij de bepaling in strijd met de economische opvatting van het jachtrecht, zooals die in het wetsontwerp was belichaamd. Volgens het ontwerp toch was op eigen jachtvelden van ten minste 75 H. A. eene economische uitoefening van de jacht mogelijk en wenschelijk was daarom een zooveel mogelijk verdeelen der complexen, totdat zij die grens van 75 H. A. naderden. Eerst dan was de economische opvatting van het jachtrecht tot de spits gevoerd1). En wat meer zegt; dit denkbeeld lag ook onbewimpeld uitgedrukt in de Begründung van het wetsontwerp, zoodat op dit punt een feitelijke strijd bestond tusschen het ontwerp en zijne toelichting. „Um die Bildung passender, gut abgerundeter Jagdbezirke zu ermöglichen und damit auf eine Steigerung der Pachtertrage hinzuwirken, gestatten die meisten der geitenden Jagdgesetze die Bildung verschiedener Jagdbezirke von bestimmter Mindestgrösse aus dem Areal derselben Gemeinde oder die Vereinigung mehrerer ganzer Feld marken oder von Teilen solcher zu

besonderen Jagdbezirken Da die Zerlegung der Feld-

mark in mehrere Jagdbezirke haulig den örtlichen Verhaltnissen und Bedürfnissen entspricht, empfiehlt es sich, sie allgemein zuzulassen, aber überall die Genehmigung des Kreis(Bezirks-) Ausschusses zu erfordern (§ 18) und eine Mindestgrösse vorzuschreiben, die über den Mindestumfang der sonstigen Jagdbezirke hinausgeht. Letzteres rechtfertigt sich aus dem Interesse, welches die Jagdpflege an der Verhinderung der Bildung allzu kleiner Jagdbezirke hat" 3). Het doel, dat de bestrijders zich voor oogen stelden, de minimum-grens voor deelcomplexen gelijk te stellen aan die voor privatieve jachten, werd evenwel niet bereikt. Reeds voordat de quaestie in de openbare behandeling kwam, had zij een onderwerp van bespreking uitgemaakt in de XIII Kom-

1) Verhandl. t. a. p. bl. 5129 en 5130.

2) Haus der Abg. t. a. p. Nr. 10, bl. 16 en 17.

Sluiten