Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meinden zunichte machen. Die dabei unterlaufenden Grenzübergrifïe und sonstigen Uebertretungen entzielien sich meistens der Aufsicht der Forst- und Jagdpolizeibeamten" J).

Op den voorgrond staat in alle wetten, dat de enclaveregeling slechts toepassing vindt op gronden, die niet voldoen aan de eischen, waarvan in de verschillende wetten de vorming van privatieve jachten afhankelijk is gesteld; gronden, die eigen jachtvelden vormen of althans kunnen vormen, worden nooit als enclos behandeld, ook al worden zij geheel door eene andere privatieve jacht omgeven.

Welke positieve eischen worden dan echter aan het begrip enclos gesteld? Met betrekking tot de beantwoording van deze vraag zijn de buitenlandsche wetten in twee kampen verdeeld; in sommige harer wordt alleen rekening gehouden met de geheel en (^ingesloten gronden, de zgn. „GanzenJclaven", terwijl andere hare enclave-regeling ook toepasselijk verklaren op de gronden, die voor het grootste gedeelte door privatieve jachten of jachtcomplexen zijn ingesloten de zgn. „Hnlbenklaven" a).

De jachtwetten van Beieren (art. 3), Starkenburg en Oberhessen (art. 5), Coburg (§ 4) en G o t h a (§ 6) houden te dezen opzichte wel de meest beknopte bepalingen in, die zich laten denken. Deze wetten toch voorzien alleen in het geval van algeheele omsluiting door ééne privatieve jacht, niet eens dus de mogelijkheid, dat de omsluiting plaats vindt door twee of meer eigen jachtvelden. Men zal moeten erkennen: eenvoudiger en gemakkelijker hadden deze wetgevers zich niet van de zaak kunnen afmaken en hunne regeling is dan ook in dit opzicht onovertroffen. Doet zich het door hen voorziene geval voor, dan kan de enclavist niet zelf de jacht op het enclos uitoefenen, daarvoor

1) Bruck, t. a. p. bl. 44.

2) Terg. Lot ze-B öh me, Die Kgl. Sachsischen Gresetze und Verordnungen über Jagd und Fischerei (1905), bl. 56.

Sluiten