Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<lat, indien gronden van eene kleinere uitgestrektheid dan 115 H. A. geheel van hun gemeentelijk jachtcomplex zijn afgesloten door eene of meer privatieve jachten, de jachtpacht op die gronden wordt toegewezen aan den privatieven jager, wiens jachtgebied „in langerer Ausdehnung" het enclos omsluit. Ditzelfde stelsel is uitdrukkelijk neergelegd in de jachtwetten van N e d e r-0 o s t e n r ij k (§ 14), Stiermarken (.§ 12) Vorarlberg (§ 14) en Weenen (§ 12). Toch maken deze wetten de toepasselijkheid der enclave-regeling van deze bijzondere voorwaarde afhankelijk, dat „die umschliessenden Teile der Eigenjagd eine für die zweckmassige Ausübung der Jagdgeeignete Gestaltung und ins besondere Breite liaben." Naar de wisselende omstandigheden van ieder bijzonder geval moet dus volgens deze wetten de al of niet toepasselijkheid der enclaveregeling beoordeeld worden.

Al deze wetten, behalve die van Weenen, zijn met deze voorwaarden, waarvan de toepasselijkheid der enclave-regeling is afhankelijk gesteld, nog niet tevreden, maar eischen bovendien, dat door die toepassing het gemeente-jachtveld niet beneden 115 H. A. oppervlakte zal dalen. Indien dit toch het geval zou zijn, moet de geheele toepassing achterwege blijven, indien althans door de toepassing der enclave-regeling slechts één enclos uit het gemeentelijke jachtcomplex zou worden uitgeschakeld. Zou echter door de toepassing van verschillende voorpachtsrechten het gemeente-complex beneden 115 H. A. dalen, dan moet de politische Bezirksbehörde bepalen „welchen der in Betracht kommenden Eigenjagdbesitzer im Interesse eines tunlichst geordneten Jagdbetriebes Vorpachtrechte einzuraumen seien."

Ook de Hamburgsche wet (§ 6) houdt zich alleen bezig met de Ganzenklaven. Deze enclaves worden „einem an sie angrenzenden Jagdgebiete zugeschlagen." Komtzoo'n overeenkomst tusschen de betrokken eigenaren niet tot

Sluiten