Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stand, dan moet — de Hamburgsche wet houdt, wij hebben het vroeger reeds gezien, van krasse maatregelen — de jacht op het enclos blijven rusten.

Het karakteristieke punt in de Pruisische enclaveregeling is de groote mate van vrijheid, die de wet aan den eigenaar van een enclos verleent, om zijn grond bij eenig jachtgebied, hetzij complex, hetzij privatieve jacht aan te sluiten. Volgens de Pruisische jachtwet worden gronden, die, doordat de vereischte samenhang ontbreekt, geen deel uitmaken van eene privatieve jacht of van een gemeentelijk jachtcomplex, eene aangrenzende privatieve jacht „angeschlossen" of een aangrenzend complex „zugelegt". Echter kan ook uit zoo'n enclos te zamen met aangrenzende gronden van een naburig jachtcomplex een bijzonder jachtgebied van ten minste 75 H. A. gevormd worden (§ 8) »). Komt geene dezer oplossingen tot stand, dan wordt het enclos, indien ten minste geen gemeentelijk jachtcomplex aangrenst, een niet aangrenzend jachtgebied „zugelegt" of „angeschlossen", naar gelang dit een jachtcomplex of eene privatieve jacht is, of wel het wordt met „gleichartigen" gronden eener andere gemeente vereenigd tot een bijzonder jachtgebied van minder dan 75 H. A. oppervlakte (§ 9) 3).

Voor één bepaald geval roept de Pruisische jachtwetgever eene zeer bijzondere regeling van de Ganzenklaven in het leven. Indien toch gronden, die noch deel uitmaken van

1) Worden de gronden geheel of grootendeels door éénzelfde Jagdbezirk omgeven, dan is de Jagdinhaber daarvan het eerst tot aansluiting gerechtigd.

2) In de praktijk laat zich het geval denken, dat de privatieve jager of het jachtcomplex, wiens of welks gronden het enclos omsluiten, weigert de jacht daarop te pachten, bijv. omdat de wildschade te groot is.

Het is echter ook mogelijk, dat de persoonlyke verhouding tusschen de eigenaren, wier gronden het enclos omgeven en den enclavist zoo goed is, dat de eersten hem in de gelegenheid willen stellen, om gebruik te maken van de bevoegdheid, verleend in § 9 tweede lid, om bij uitzondering privatieve jager te worden.

Sluiten