Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een gemeentelijk jachtcomplex, noch van eene privatieve jacht, geheel of voor het grootste deel, worden omsloten door een meer dan 750 H. A. groot bosch, dat tevens ééne enkele bezitting vormt, heeft de eigenaar-privatieve jager het recht om de jacht op het enclos te pachten. Bij deze bijzondere enclave-regeling laat zich echter ook de mogelijkheid denken, dat de privatieve jager weigert van zijn recht gebruik te maken. Indien dit het geval is, moet eerst uitkomst worden gezocht langs den weg van de normale oplossingen van het enclave-vraagstuk in de Pruisische wet. Falen deze echter alle, dan wordt uit het enclos, onafhankelijk van de oppervlakte, eene zelfstandige privatieve jacht gevormd, indien de gronden slechts aan één eigenaar toebehooren, anders een bijzonder „gemeinschaftlicher Jagdbezirk".

De ratio voor deze bijzondere behandeling der bosch-encla-

ves lichtten de Motiven tot de wet van 1850 — en dit is vooral van belang, omdat deze toelichting met dezelfde kracht ook voor de thans bestaande bepaling kan gelden, — aldus toe: „Die Ausübung der Jagd auf den Waldenklaven durch einen anderen als den Forstbesitzer fïihrt erfahrungsmassig zur Zerstörung des Wildstandes in dem angrenzenden W alde und enhalt eine ungewöhnliche Verlockung zur Begehung schwer zu entdeckender Jagdkontraventionen und Wilddiebstiihle. Deshalb muss die Jagdausübung auf den Waldenklaven mehr als die auf anderen Grundstücken beschrankt werden" !)•

Deze bijzondere enclave-regeling kwam niet voor in het oorspronkelijke ontwerp van wet van 1907, zooals het door de Regeering bij het Haus der Abgeordneten werd aanhangig gemaakt, maar werd eerst opgenomen op aandringen van de reeds vroeger genoemde XIII Kommission s). Toch was het

1) J. Ban er, Die Jagdgesetze Preussens (1905), bl. 91.

2) Haus der Abg. t. a. p. Nr. 322, bl. 23 en 24.

Sluiten