Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschillende eigen jachtvelden, dan heeft de privatieve jager, wiens gronden „in langerer Ausdehnung" het enclos van de overige gronden van het gemeente-territoir afscheiden, dat recht.

Toch is ook daarmede de ingewikkelde Galicische enclave-regeling nog niet uitgeput. In die wet is toch 'evenals in de Karinthische1) de mogelijkheid voorzien, dat door de uitoefening van een of meer dezer voorpachtsrechten, het jachtcomplex beneden de oppervlakte van 115 H. A. zou dalen. Dit nu gedoogt de Galicische wet in geen geval, hoewel hare oplossing ten zeerste afwijkt van de Karinthische bepaling. Ter voorziening in deze mogelijkheid toch bepaalt zij, dat het voorpachtsrecht in dat geval slechts mag uitgeoefend worden, indien de privatieve jager, die het voorpachtsrecht op het enclos heeft, tevens ook de jacht op het overschietende gedeelte van het gemeentejachtcomplex wil pachten.

In alle deze gevallen van voorpachtsrecht wordt de jachtpachtsom bepaald „rechnungsmassig, wenn der für ein Hectar der nachstgelegenen in öffentlicher Versteigerung verpachteten Gemeindejagd erzielte Pachtschilling der Berechnung zu Grunde gelegt wird." Is deze maatstaf echter onbruikbaar, bijvoorbeeld, doordat de jacht op het complex niet wordt verpacht, maar door een aangestelden jager wordt uitgeoefend of braak ligt, dan wordt de pachtsom in ieder bijzonder geval vastgesteld door de politische Bezirksbehörde, de Gemeindevertretung (of Gutsvorsteher) en den betrelFenden privatieven jager gehoord 2).

1) § 14 lid 5 der Karinthische wet luidt: „Würde durch die gleichzeitige Ausübung mehrerer Vorpaehtrechte das Gemeindejagdgebiet unter 115 H. A. sinken, so hat die politische Bezirksbehörde festzustellen, welchen der in Betracht kommenden Eigenjagdbesitzer im Interesse eines tunlichst geordneten Jagdbetriebes Vorpaehtrechte einzuraumen seien."

2) In Karinthië wordt de jachtpachtsom in dat geval vastgesteld

Sluiten