Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(art. 5) is eene verpachting der jacht „nach vorausgegangener Bekanntmachung im Amtsblatte auf dem Wege des öflentlichen Aufstreichs" het gewone geval. Bij uitzondering zijn daar evenwel door de wet ook andere, niet met zoovele woorden genoemde wijzen van „Verwertung der Jagd" toegelaten.

In eene andere groep van buitenlandsche wetten (Beieren (art. 4 j°. 11), Cobu rg (§ 10), Gotha (§ 11), Schwarzburg-Rudolstadt (§ 9 verord. 1855) ;), R e u s s j. L. (§ 14) en L ïi b e c k (§ 25)) bestaat naast de verpachting der jacht de mogelijkheid, dat het jachtcomplex bejaagd wordt door een of meer door het bestuur van het complex aangestelde jagers (Sachverstandige). In het bijzonder in de Beiersche en de Coburgsche wetten wordt echter de verpachting als de normale toestand beschouwd. In Coburg mag tot aanstelling van bezoldigde jagers slechts worden overgegaan, indien geen geschikte pachter is te vinden of wegens „besondere Verhaltnisse", die eene verpachting minder wenschelijk maken; de afwijking van den gewonen regel moet dan nog bovendien door de Aufsichtsbehörde worden goedgekeurd. De „besondere Verhaltnisse" uit de Coburgsche wet worden in de Beiersche nader uitgewerkt. Daar toch mag slechts tot aanstelling van bezoldigde jagers wor-

Versteigerungsverhandlungen der Anschlag durch jagdfahige Personen nicht geboten wurde," de gemeente het jachtveld ook door aangestelde jagers kan doen bejagen. Na een zekeren tijd moet dan weer beproefd worden om de jacht te verpachten. Deze meening vindt evenwel geen steun in de jachtwet en Dr. Schenkel geeft niet nader aan, of zijne opvatting door de praktijk in Baden wordt gehuldigd of in algemeene pachtvoorwaarden voorkomt.

1) Volgens de wet van 1848 (§ 8) hadden in Schwarzburg-Rudolstadt de gemeenten de keuze om de jacht te verpachten of ze open te stellen voor ieder, die in het bezit was van eene jachtacte. Nooit mocht echter de jacht om niet aan iedereen vrijstaan. De gemeenten moesten verder bepalen „unter welchen naheren Bedingungen sie" (de jacht) „ausgeübt werden soll."

Sluiten