Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet meer dan één jachtpachter op één jachtcomplex is het stelsel, dat wordt aangehangen in Wurtemberg (art. 6 lid 1), Saksen (§20 lid 3), S a k s e n-A 11 e n b u r g (§ 11 lid 3) en Reuss a. L. (§ 16).

In Reuss j. L. (§ 17) en Lübeck (§ 26 j°. § 27 lid2) mogen daarentegen niet meer dan twee pachters op één complex worden toegelaten.

Een maximumaantal van drie pachters, hoe groot de oppervlakte van het complex ook zij, is het systeem van de jachtwetten van Beieren (art. 10), Baden (§ 10), Starkenburg en Oberhessen (art. 10), SaksenW e i m a r (§3 wet 1853), Saksen-Meiningen (art. 10), C o b u r g (§ 19 lid 1) en Schwarzburg-Sondersh a u s e n (§ 9 lid 5). Deze beperking tot een maximumaantal van drie pachters is ook overgenomen in het Hessische ontwerp (art. 8), omdat, zooals het in de toelichting heet, het bestaande voorschrift „sich bewahrt hat."

In de Pruisische jachtwet (§ 22, 2°) is bepaald, dat het maximum-aantal van drie pachters, dat ook deze wet als normaal geval op den voorgrond stelt, niet moet zijn eene wet van Meden en Perzen, waarvan afwijking onbestaanbaar is; integendeel, „mit Genehmigung des Kreisausschusses, in Stadtkreisen des Bezirksausschusses," mag „im Interesse der Jagdgenossenschaft" het getal van drie onbegrensd verhoogd worden. Onder dezen waarborg mag de jacht ook aan eene Jagdgesellschaft (Verein, Genossenschaft) met een onbeperkt aantal leden worden verpacht.

Een ongetwijfeld veel logischer stelsel is dat, waarbij het aantal pachters wordt vastgeknoopt aan de oppervlakte van de complexen. Dit stelsel wordt gehuldigd in de jachtwetten van B r u n s w ij k (§ 4), W a 1 d e c k-P y r m o n t (§ 11 lid 1) en B r e m e n (§ 15). Evenwel wordt de band tusschen de oppervlakte van het complex en het aantal jachtpachters toch in deze wetten in zooverre verslapt, dat nooit meer dan drie pachters in één complex worden toe-

Sluiten