Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der jachtpachtgelden geschiedt naar verhouding van de kadastrale grootte der perceelen.

In de Wurtembergsche wet komt geene uitdrukkelijke bepaling voor, aan wien de vruchten van de jacht ten goede komen, maar uit de woorden van artikel 5, dat de verpachting der jacht op het complex geschiedt op kosten van de belanghebbende grondeigenaren, volgt a contrario, dat dan ook de voordeelen uit de jacht in evenredige verhouding hun in den zak vloeien ').

Ook in de jachtwetten van Karinthië (§ 31) en Stiermarken (§ 21) vormt de oppervlakte der onderscheidene perceelen, waaruit het jachtcomplex is samengesteld, het normale uitgangspunt voor de verdeeling der jachtpachtgelden onder de belanghebbende eigenaren. Toch behoeft hier de verdeeling niet steeds op dien grondslag te geschieden. Wel staat op den voorgrond, dat de opbrengst van de jacht steeds den grondeigenaren als zoodanig ten goede komt, maar bij de Gemeinde-vertretung berust de beslissing, of de verdeeling zal geschieden „unter Zugrundelegung des Flachenmasses der in das Gemeindejagdgebiet einbezogenen Grundstücke, oder unter Zugrundelegung der für diese Grundstücke entrichteten (vorgeschriebenen) Grundsteuer." Deze grondbelasting is in Schwarzburg-Sondershausen (§ 10) zelfs de eenige grondslag voor de verdeeling, die geschiedt „nach dem Verhaltnisse des in den Grundsteuerbüchern verzeichneten Reinertrags dieser Grundstücke."

In Bremen vormt de kadastrale grootte der perceelen slechts indirect den grondslag voor de verdeeling der jachtpachtgelden. Deze verdeeling vindt toch volgens de Bremensche wet plaats naar verhouding van het aantal stemmen,

1) In de praktijk wordt deze opvatting dan ook algemeen aangehangen.

Sluiten