Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zum Vortheil der Gesammt-Steuerpflichtigen ausüben" '). Niet dus als grondeigenaar, maar eenvoudig als ingezetene in de gemeente, wordt daar door de eigenaren een hoofdelijk deel in de baten van de jacht genoten. De gemeente is op de complexen de eenige belanghebbende bij de jacht; zij alleen heeft de lasten maar ook de lusten van de jacht. Zeer nadrukkelijk is dat belang van de gemeente als zoodanig bij de jacht op haar complex op den voorgrond gesteld in de Begriindung, behoorende bij het Hessische ontwerp van wet, dat in zijn artikel 2 nog duidelijker dan de vigeerende wet verklaart, dat de verpachting der jacht geschiedt „zu Gunsten der Gemeindekasse". Waar deze Begründung toch spreekt over de ondershandsche verpachting der jacht op het gemeente-jachtcomplex, onderstelt zij gevallen „in denen eine Verpachtung der Jagd durch freihandige Vergebung im Interesse der Gemeinde liegt". Niet dus het belang der grondeigenaren, die immers als zoodanig niet bij de jacht op hunne gronden geïnteresseerd zijn, maar het belang der gemeentekas is beslissend over het al of niet ondershands verpachten der jacht. En eenige regels later zegt dezelfde toelichting nog, dat in ieder geval op een besluit tot ondershandsche verpachting toezicht noodig is van een hooger orgaan, om na te gaan „ob bei der stets als Ausnahme geitenden freihandigen Verpachtung im einzelnen Fall auch das Interesse der Gemeinden gewahrt bleibt" !). Op eene andere plaats heet het

1) Toen in 1907 in het Pruisische Hans der Abgeordneten het ontwerp ter sprake kwam, dat de wet van 1907 is geworden, bestond bij verschillende leden bezwaar, dat de wet ook toepasselyk zou zijn op de landstreken, die het groothertogdom Hessen na den oorlog van 1866 aan Pruisen had moeten afstaan. In het bij zonder meenden deze tegenstanders, dat de Hessische streken achteruit zouden gaan, doordat voor hen de bepaling zou vervallen, dat de jachtpachtgelden ten goede komen aan de gemeentekas. (Verhandl. t. a. p. bl. 5090 en 5091).

2) Drucksache t. a. p. bl. 22.

Sluiten