is toegevoegd aan uw favorieten.

Jachtrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sche wet en zij bepaalt, dat dan de Jagdvorsteher zal worden aangewezen uit de Yorsteher van de gemeenten, over wier territoir, geheel of gedeeltelijk, zich het jachtcomplex uitstrekt. Deze aanwijzing vindt plaats in de Landkreisen door den Landrat, in de Stadtkreisen dooiden Regierungsprasident (§ 16 j°. § 70). Het toezicht op het bestuur van het jachtcomplex berust in de Landkreisen bij den Landrat en in hoogste instantie bij den Regierungsprasident, in de Stadtkreisen bij den Regierungsprasident en in hoogste instantie bij den Oberprasident (§ 16).

Bij de behandeling van de wet van 1907 in het Haus der Abgeordneten, zoowel als indertijd bij die van het Gesetz, betreffend die Venvaltung gemeinschaftlicher Jagdbezirke van 4 Juli 1905, ging een krachtig verzet uit den boezem van de vertegenwoordiging uit tegen deze bestuursorganisatie in de complexen. Het groote bezwaar, dat vooral de afgevaardigden Sielermann en Fischbeck1) sterk op den voorgrond drongen, was, dat de ingelanden feitelijk van alle zeggenschap in de jachtaangelegenheden verstoken waren, dat van „Selbstverwaltung" geen spoor te bekennen was. „Dann würde den vielen kleinen Gemeinden, denen jetzt das Jagdrecht genommen wird, die Verfügung über die Jagd nicht vollstandig entzogen worden sein; sie hatten dann, wenn sie mit anderen Gemeinden zu einem Jagdbezirk zusammengelegt worden waren, durch ihre, in den Jagdvorstand gewahlten Mitglieder über die Jagdverhaltnisse mit zu bestimmen gehabt. Gerade in einer Zeit der Selbstverwaltung muss es auffallen, dass man dem Grundbesitzer diese Selbstverwaltung in jagdlicher Beziehung nicht gegeben hat, dass man damals nicht damit einverstanden gewesen ist, einen Jagdvorstand zu bilden. Was

1) Verhandl. t. a. p. bl. 5199, 5200 en 5202.

11