Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodra zijne gronden aan de gestelde minimum-eischen gaan voldoen, het privilege van de privatieve jacht toe te kennen, zou de belangen van den jachtpachter weer te zeer kunnen schaden. Daarom koos de Regeering in haar ontwerp een middenweg. Niet langer dan drie jaren zou de eigenaar, wiens gronden aan de gestelde eischen gaan voldoen, van zijn privilege kunnen verstoken blijven, indien hij dat wilde. „Mit dieser Einschrankung ist er jederzeit befugt, das Ausscheiden seiner Grundflachen wahrend der Dauer des noch langer wie 3 Jahre laufenden Yertrages herbeizuführen" ')•

Toen het ontwerp in de XIII Kommission een punt van beraadslaging uitmaakte, waren daar met betrekking tot deze quaestie twee stroomingen duidelijk merkbaar; de eene lette meel' in het bijzonder op de rechten en belangen van de jachtpachters, de andere daarentegen van de grondeigenaren. De aanhangers van de eerste richting verklaarden met den besten wil ter wereld niet te kunnen inzien, waarom bij dit vraagstuk was afgeweken van de in het D. B. G. voorkomende bepalingen omtrent de gewone pacht en huur2). Waarom was het jachtpachtconti act op deze afwijkende wijze behandeld geworden? „Auch der Jagdpachter sei in seinem Rechte zu schützen; dies geschehe nicht, wenn ihm vor Ablauf des Jagdpachtvertrages etwas von seinen vertraglicben Rechten entzogen werde. Eine Schadigung des Grundbesitzers könne aber nicht darin erblickt werden, wenn er festhalten müsse an dem in seinem Einverstandnis abgeschlossenen Jagdpachtvertrage. Daraus, dass er durch eigene Massnahmen in den Besitz einer grosseren Grundllache gelangt sei, was ihn unter anderen Umstanden zur Bildung oder Vergrösserung eines Eigenjagdbezirks berechti°*en würde, könne nicht das Recht hergeleitet weiden, eine den Jagdpachter schadigende Massnahme zu treffen. Die in

1) Haus der Abg. t. a. p. Nr. 10, bl. 22.

2) Verg. § 571 vlg. D. B. Cr.

Sluiten