Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indien de eigenaar van eene privatieve jacht gebruik heeft gemaakt van zijn voorpachtsrecht op eene enclave en zijn grond houdt op dat enclos volgens de wet te omsluiten, dan moet de politische Bezirksbehörde het op verlangen van een der boven genoemde belanghebbenden inschakelen in het gemeente-complex.

In de jachtwet van Opper-Oostenrijk (§ 32) wordt nog het geval voorzien, dat een privatieve jager, die gebruik heeft gemaakt van zijn voorpachtsrecht op een aangrenzend complex van minder dan 115 H. A. oppervlakte, zijne hoedanigheid van privatieven jager verliest. Tegelijk daarmede verliest hij natuurlijk zijn voorpachtsrecht, dat slechts een aanhangsel van zijne privatieve jacht was; de jacht op het complex moet dan voor het overblijvende deel van de pachtperiode in het openbaar verpacht worden.

De jachtwet van Triëst (§ 25) is ten aanzien van al deze quaesties veel eenvoudiger, hetgeen gedeeltelijk te verklaren is uit het feit, dat zij maar één gemeente-complex beheerscht, gedeeltelijk ook uit onvolledigheid. Ook zij stelt op den voorgrond, dat, indien tijdens eene pachtperiode gronden gaan voldoen aan de voor privatieve jachten gestelde minimum-eischen, de eigenaar eerst na afloop van de loopende pacht van zijn privilege gebruik kan maken. Bij verdeeling van eene privatieve jacht aan den anderen kant vallen de deelen, die op zichzelf niet meer aan de in de wet gestelde minimum-eischen voldoen, toe aan het complex. Hetzelfde geschiedt met een geschlossenes Wildpark, dat niet meer aan de gestelde eischen voldoet.

Ten aanzien dezer wildparken houdt de Galicische wet (§ 28) nog eene bijzondere bepaling in, die afwijkt van de in de andere wetten opgenomene. Indien toch in den loop eener pachtperiode in een jachtcomplex een wildpark ontstaat, geeft de Galicische wet den eigenaar het ïecht, om het onmiddelijk uit te schakelen en tot eigen jachtveld te maken.

Sluiten