Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den uit het jachtcomplex. Eene opvatting, die het midden houdt tusschen deze beide uitersten wordt verdedigd door B r u c k '). Indien gronden krachtens de wet, zonder dat daarvoor eene handeling van den eigenaar noodig is, als privatieve jachten worden uitgeschakeld uit het gemeentelijke jachtcomplex, vormen zij eene privatieve jacht op het oogenblik en door het feit, dat zij aan die minimumeischen gaan voldoen. Indien daarentegen voor die uitschakeling eene bijzondere verklaring van den eigenaar noodig is, blijven de gronden tot het einde van de loopende pachtperiode deel uitmaken van het complex.

Ten aanzien van de gronden, die ophouden te voldoen aan de in de wet gestelde minimum-eischen daarentegen, zijn alle schrijvers eenstemmig van oordeel, dat die gronden onmiddellijk deel gaan uitmaken van het gemeentelijke jachtcomplex en hunne hoedanigheid van privatieve jacht verliezen.

§ 4. Facultatief complexen-stelsel.

Zoowel in Frankrijk als in België oordeelden de wetgevers het complexen-stelsel te dwingend, te imperatief en daardoor niet vereenigbaar met de bestaande democratische toestanden. Het gevolg was, dat het jachtrecht in Frankrijk in zijne oude banen bleef, opgetrokken op het zuivere Germaansche rechtsbeginsel. In een der kleinste staatjes van Europa verstond men het anders. De Luxemburgsche wetgever was overtuigd van de groote voordeelen, die het complexen-stelsel biedt, al zag hij de bezwaren niet over het hoofd, die Minister Mougeot deden besluiten, het niet in Frankrijk in te voeren. Daarom nam hij de gedachte, die aan de complexen-regeling ten grondslag ligt, over voor zijn stelsel van jachtgerechtigdheid, maar tegelijk ontnam

1) t. a. p. bl. 17.

Sluiten