Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelsel van jachtgerechtigdheid reeds onnoodig, zij was bovendien om verschillende redenen ook niet wenschelijk. Het publieke jachtveld-stelsel, zooals het in de wet van 1814 was neergelegd, bood toch onwederlegbare voordeelen aan boven het voorgestelde grondeigendoms-jachtrecht-stelsel.

De door de wet van 1814 voor de privatieve jachten geeischte afpaling was volgens de tegenstanders van het ontwerp in de eerste plaats in het belang van den privatieven jager zelf. Indien de grenzen van zijn grondeigendom-jachtgebied niet duidelijk door palen waren aangegeven, stond de grondeigenaar-jager immers ieder oogenblik voor de mogelijkheid, jagende zijne grenzen te overschrijden en daardoor tegen zijn wil strooper te worden op het land van zijn buurman. De jager moest daarom wenschen, dat de wet afpaling voorschreef; dit was het eenige middel tot het voorkomen van overtredingen.

Maar bovendien was die afpaling ook de onafwijsbare voorwaarde voor een behoorlijk jachttoezicht. Nog minder toch dan van den grondeigenaar zelf kon van den jachtopziener worden gevergd, dat hij de afscheidingen tusschen de onderscheidene gronden kent.

En in de derde plaats was volgens het oordeel van de voorstanders van de jachtwet van 1814 de afpaling van de privatieve jachten een niet gering te schatten hulpmiddel voor de regelmatige toepassing der strafbepalingen. Immers, indien de eisch van afpaling niet in de wet werd neergelegd, zou het proces-verbaal van een ambtenaar der jachtpolitie nooit het opwerpen van de praejudicieele quaestie over den eigendom kunnen verhinderen.

Het behoud van het publieke jachtveld oordeelden de tegenstanders van het ontwerp bovendien verre verkieselijk boven het jachtrecht inhaerent aan den grondeigendom, vooral met het oog op het belang van de jacht als sport. In ons land toch liggen de eigendommen, althans in sommige streken, bijvoorbeeld in Friesland, zeer verspreid. Wat

13

Sluiten