Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wezig is, en zoo doet zijn buurman en zoo doen de verdere omliggende eigenaren ook. Een economisch belang toch heeft het wild voor den kleinen boer om zoo te zeggen niet; daarvoor is zijn grond te klein en bijgevolg de daarop levende wildstand veel te gering. Een belang om het wild, zij het ook in eenigszins gematigde hoeveelheid, te cultiveeren, ontbreekt daarom bij hem ten eenen male, en aan den anderen kant drijft zijn eigenbelang hem, om de schadelijke gasten zooveel mogelijk te verdelgen. De gevolgen liggen voor de hand; de kleine boer wordt een hardnekkig vervolger van het wild en daardoor wordt het gevaar tastbaar, dat in een betrekkelijk korten tijd eene geheele streek van wild ontbloot is.

De schaduwzijde, die met het oog op den wildstand verbonden is aan het aan den grondeigendom inhaerente jachtrecht, is gelegen in het feit, dat, onafhankelijk van de vraag, of een bepaald perceel eene economische uitoefening der jacht toelaat, aan den eigenaar het recht om te jagen wordt toegekend. Natuurlijk kan dit stelsel geen gevaar opleveren ten aanzien van gronden van eene betrekkelijk groote oppervlakte, die dus wel eene economische uitoefening van het jachtrecht toelaten; daar ontstaat geen doodingsrecht, omdat daar het wild voor den eigenaar wel eene economische waarde vertegenwoordigt, die hij natuurlijk in stand zal willen houden. Zulke perceelen zijn echter uitzonderingen; de overgroote meerderheid der gronden laat die economische uitoefening van de jacht niet toe en daarom moet de gevolgtrekking luiden, dat onder het grondeigendoms-jachtrecht-stelsel de wildstand veroordeeld is, om te gronde te gaan; het moge langzaam gaan, het gaat zeker. En deze meening vindt hare bevestiging in de geschiedenis van de jacht in alle landen, waar het stelsel wordt aangehangen. Al deze landen kenmerken zich door een gestadigen achteruitgang van den wildstand, zelfs in wildrijke streken, in die mate, dat de bezorgdheid der wetgevers er wakker geschud is en dat naar middelen wordt omgezien, om te trachten het gevaar te keeren, nu het nog tijd is.

Sluiten