Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaak dronkenschap, doodslag en moord in hunne vaan voeren. Bevinden zij zich in gevaar, is de jachtpolitie hen op het spoor, dan hebben de stroopers helaas maar al te vaak bewezen gevaarlijke vijanden te zijn. Er behoort voor de jachtpolitie een waarlijk groote moed toe, om een strooper, die op heeterdaad betrapt is, te vervolgen. Dit was het, dat Mr. S i c k e s z in zijn meer genoemd praeadvies deed neerschrijven: „Er kleeft bloed aan de jachtwet."

Maar ook voor den beginneling-strooper zelf werkt het bedrijf uiterst nadeelig. De crimineele statistieken bewijzen, dat de stroopers de hun opgelegde boeten bijna nooit betalen, zoodat de vervangende hechtenis daarvoor in de plaats treedt. Deze herhaaldelijke kennismaking met de binnenzijde van de gevangenis werkt — ook de afgevaardigde H e 1 sdingen drukte daarop in de reeds bovengenoemde vergadering der Tweede Kamer — op den delinquent zeer demoraliseerend. De gevangenis verliest voor den jeugdigen overtreder geheel en al haar afschrikwekkend karakter, hij geraakt er meer mede vertrouwd, vindt er zijne vaste kornuiten, en het gevolg is, dat de strooper later ook voor andere, zwaardere delicten niet meer terugdeinst.

Naar verschillende richtingen vertoont zich zoo het vraagstuk der stroopei'ij als eene quaestie, die dringend voorziening eischt. In de onderscheidene landen, waar het jachtrecht is verbonden aan den eigendom van den grond, heeft men dan ook reeds sinds lang naar middelen omgezien, om de stroopei'ij op afdoende wijze te bestrijden; tot nog toe echter tevergeefs. Noch strengere straffen, noch eene strafbedreiging tegen degenen, die de stroopers van hun buit afhelpen en hen zoo als het ware tot hun schandelijk bedrijf overhalen en aansporen, vermochten tot dusver de stroopei'ij in het hart te treffen. De fout ligt dan ook dieper; zij schuilt in het stelsel van jachtgerechtigdheid zelf: zoolang het jachtrecht inhaerent is aan den grondeigendom, zoolang zal ook het vraagstuk der strooperij onopgelost

Sluiten