Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tieven jager verleende recht tot uitoefening der jacht niet zal ontaarden in een algemeen doodingsrecht, waardoor ook de wildstand in een naburig complex schade zou lijden. Waar de jacht geregeld wordt in het algemeen belang en waar de jachtwet uitgaat van het standpunt, dat het behoud van een matigen wildstand een economisch voordeel is voor het land, daar moeten de groote grondeigenaren dat gronddenkbeeld niet onuitvoerbaar kunnen maken. Schept de wet gever daarom privatieve jachten, dan is eene regeling van het recht van den privatieven jager in het belang van het behoud van den wildstand een onafwijsbaar gevolg.

Een vierde gunstig gevolg van eene toepassing van de resultaten van ons onderzoek is daarin gelegen, dat de wiIdschade-regeling er zeer door vereenvoudigd wordt. De privatieve jager blijft in die regeling uiteraard nog een eenigszins lastige factor. Vallen nu alle gronden onder de jachtcomplexen-regeling, dan wordt steeds het complex voor de wildschade aangesproken, tenzij dit bij het jachtpachtcontract de aansprakelijkheid van de op de gronden van het complex toebrachte wildschade heeft afgewenteld op

den jachtpachter.

Aan alle kanten biedt de conclusie, waartoe het voorafgaande onderzoek ons heeft geleid, dus ontegenzeggelijk groote voordeelen aan en bovendien munt zij uit door eene groote eenvoudigheid. Het tot dusver verkregen resultaat toch kan worden neergelegd in één artikel: het R ij k wordt bij algemeenen maatregel van bestuur, de Gedeputeerde Staten gehoord, verdeeld in jachtcomplexen ').

1) Toch moet eene groep van gronden buiten de indeeling in jachtcomplexen worden gehouden, de goederen van de Kroon. Indien echter deze oplossing eene deugdelijke vorming van jachtcomplexen te zeer zou belemmeren, moet op de eene of andere wijze door den Staat aan de Kroon een groot jachtgebied worden verschaft in den vorm van eene apanage, waar de Kroon ten aanzien van de jacht volstrekt heer

Sluiten