Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestaat geen usus publicus; in den regel althans is de toeaang tot vestingwerken en het onmiddellijk daarbij behoorende rayon aan ieder verboden, zoodat daaruit van zeil volgt, dat ook het jagen daar niet toegestaan kan zijn.

Eene verdere uitzondering moet ongetwijfeld gemaakt worden voor de begraafplaatsen. Deze liggen meestal buiten de bebouwde kommen der gemeenten, een eindweegs in het vrije veld, midden in de jachtterreinen van een complex, maar dat neemt niet weg, dat jachtbedrijven daar niet kunnen worden geduld. De reden dezer uitzondering houdt geen verband met het systeem der wet, niet de belangen van den wildstand en van eene economische opvatting van het jachtbedrijf zijn te dezen aanzien beslissend; het motief is zuiver ethisch. Op de begraafplaatsen moet het rustig zijn; geene geweerschoten, geen gebas van jachthonden en gejoel van jagers, niet het neerploffen van het stervende wild mag de laatste rust onzer dooden verstoren.

Ten slotte moeten de met betrekking tot het wild gevredigde gronden eene bijzondere positie in de complexenregeling innemen. De aard dezer vrediging maakt eene uitzonderingsbepaling dringend noodig. Wat toch is het o-eval? Zoodra een terrein volkomen gevredigd is, staat de daarin zich bevindende wildstand in geenerlei verband meer met dien in het geheele land. De eigenaren van de gevredigde gronden toch kunnen geen wild uit naburige gronden lokken en daardoor nadeel toebrengen aan den algemeenen wildstand, dien de wet wil beschermen, terwijl omgekeerd het wild niet uit dat terrein kan breken en schade toebrengen op naburige gronden. Het complexensysteem berust geheel en al op het streven om den wildstand meer te beschermen dan onder het grondeigendomsiachtrecht-stelsel denkbaar is en om eene deugdelijke wildschade-regeling mogelijk te maken. Waar nu echter het belang van den wildstand in het geheel niet gemoeid is bij de geheel van de omringende gronden afgesloten terreinen,

Sluiten