Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brengst ten goede aan de gemeente, hetzij volgens de wet zelf, hetzij indien daartoe door eene §pwone of bijzondere meerderheid van stemmen wordt besloten.

Eene wetsbepaling, dat de uit de jacht opgekomen gelden ten goede komen aan de gemeentekas, ligt in het systeem, zooals het tot nu toe is ontwikkeld, zeer zeker niet voor de hand, daar de gemeente-territoiren als grondslag voor de toepassing van het complexen-stelsel geheel losgelaten zijn. Maar bovendien is zoowel «leze oplossing als ook het stelsel, dat door een besluit van eene gewone of buitengewone meerderheid van ingelanden aan de gelden eene andere bestemming kan worden gegeven dan onderlinge verdeeling in het aangezicht van den civielrechtelijken band tusschen grondeigendom en jachtrecht onhoudbaar. Indien de jachtrechts-regeling toch uitgaat van het stelsel, dat het recht op de economische voordeelen uit de jacht toekomt aan den eigenaar van den grond, mag daarvan niet dan door den wil van den eigenaar worden afgeweken. Het ware natuurlijk iets anders, indien de grondeigenaren in het complex met algemeene stemmen besloten, aan hunne aandeelen in de economische voordeelen uit de jacht te samen eene andere bestemming te geven. Eene bepaling daaromtrent ware evenwel in de jachtwet niet op hare plaats, daar het een zeer gewoon burgerrechtelijk contract tusschen verschillende grondeigenaren zou zijn, terwijl de herkomst der gelden in quaestie dan van volstrekt geen belang meer zou wezen.

De in de kas van het jachtcomplex gestorte, uit de verpachting of de regie van de jacht voor het complex opgekomen gelden moeten worden verdeeld onder de eigenaren der betrokken gronden. Volgens welken maatstaf moet deze verdeeling onder de ingelanden plaats vinden? De billijkste grondslag zou zonder eenigen twijfel zijn, dat de verdeeling der gelden plaats vond onder de ingelanden, naar gelang van de gesteldheid van hunne gronden, met het oog op de geschiktheid van het terrein, om wild te onderhouden, in verband

Sluiten