Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de geheele huisindustrie is toepasselijk de wet van 30 Maart 1903 op den kinderarbeid (Gesetz vom 30 Marz 1903 betr. die Kinderarbeit in gewerblichen Betrieben) krachtens welke ieder werkgever, die kinderen wil tewerkstellen, de plaatselijke politie daarvan kennis heeft tege ven, bovendien mogen op zon-en feestdagen geen kinderen (noch eigen, noch vreemde) tewerkgesteld worden; de leeftijdsgrens is voor vreemde kinderen op 12, voor eigen kinderen op 10 jaar gesteld — terwijl bijzondere voorschriften arbeidsduur, arbeidspau en en schooltijden regelen.

De bepalingen zijn echter voor bepaalde bedrijven en bepaaldi streken van huisindustrie in sterke mate door uitzonderings-bepalingen gebroken.

Krachtens § 14 tweede lid dezer wet kan de Bondsraad ten aanzien van enkele bedrijven uitzonderingen maken van het verbod van kinderarbeid beneden 10 jaren, mits de kinderen bijzonder licht werk hebben te doen.

De Bondsraad heeft (met wijziging van de tot dien geldende bepalingen van 17 December 1903 en 11 Juli 1904) den 20 December 1905 besloten, dat in bepaalde werkplaatsen, die op een lijst zijn opgesomd, eigen kinderen beneden 10 jaren dan te werk gesteld mogen worden, wanneer zij het 9de levensjaar voleindigd hebben, wanneer zij slechts aan dat soort werk en in die streken te werkgesteld worden, die op de lijst zijn aangegeven. Verboden is bovendien het te werk stellen tussclien 8 uur 's avonds en 8 uur 's morgens, vóór den morgen-schooltijd en één uur na den middag-schooltijd, 's Middags moeten de kinderen een pauze van minstens 2 uur hebben. Op werkplaatsen met mechanische beweegkracht en waar geheel verbod van kinderarbeid is, vindt dit besluit geen toepassing.

De lijst meldt de volgende bedrijven :

Vervaardiging van grove leiwaren, speelgoed, knoo-

Sluiten