Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook dit is ontleend aan het voornoemde rapport.

In de eerste zitting van den Arbeitstx int'-) werd van de zijde der arbeidersvertegenwoordigers een voorstel gedaan om enquêtes naar de toestanden der huisindustriëele arbeiders in te stellen.

Hieruit sproten voort de enquête naar de toestanden in de boven- en ondergoed-confectie in 1899 en naar den toestand in het schoenmakersbedrijf in 1902; daaraan werden verbonden enquêtes naar de woningtoestand.n. In genoemden Arbeits eirat werd, zooals Dr. Hainisch zegtA) de vraag geopperd :

„Is de huisindustrie als zoodanig in 't algemeen te regelen ?"

Daarop vervolgt deze :

,,De huisindustrie is een bedrijfsvorm, die in de meest verschillende takken van industrie voorkomt: in export-industriëen zoowel als in industriëen, die alleen voor den binnenlandschen markt werken, in industriëen, die toepassing van machines gedogen als in de zulke, waar dit onmogelijk is.

De vraag werd dan ook met het oog hierop beantwoord in dien zin, dat een algemeene regeling der huisindustrie • tot de onmogelijkheden behoorde en dat de wetgever met de bijzonderheden van iedere 11 tak der industrie rekening te houden had.

En men besloot te onderzoeken hoe en in hoeverre de huisindustrie in de boven- en ondergoed-confectie en de schoenmakerij tot voorwerpJ van wettelijke regeling gemaakt kon worden."

Het rapport van Dr. Hainisch bespreekt dan verder de beide referaten van den heer Smitka en van hem zelf, als mede een later ontwerp van een ambtenaar van het Handels-Ministerium, alles in het licht van de zeer bijzondere toestanden in Oostenrijk op het gebied

-) Arbeitsbeirat im k.k. Arbeitsstatistischen Anite.

') P' 12/13

Sluiten