is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetgeving betreffende de huisindustrie in het buitenland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZWITSERLAND.

De Zwitsersche Bondswet van 23 Maart 1S77 (Bundesgesetz betr. die Arbeit in den Fabriken) is volgens besluit van 3 Juni 1891 niet toepasselijk op de huisindustrie, voor zoover deze niet valt onder alle bedrijven met minder dan zes respectievelijk minder dan 11 werklieden, die buitengewoon gevaar voor de gezondheid opleveren en niet te miskennen fabrieken zijn. (Bundesratbesehluss vom 3 Juni 1891 art. 1 sub c).

Ingevolge de lueiferswet van 2 November 1898 (Gesetz vom 2 Nov. 1898, betreffend die Fabrikation und den Vertrieb von Zündhölzchen) valt de vervaardiging van lucifers, ongeacht het getal arbeiders of de grootte van het bedrijf, onder de bepalingen van de Bondswet van 23 Mrt. 1877.

In enkele kantons zijn wel voor de niet onder bondswet vallende bedrijven bepalingen gemaakt betrekkelijk minimum-leeftijd, verbod van Zondags- en nachtarbeid doch de bedrijven, waarin bet gezinshoofd uitsluitend met zijn eigen gezinsleden werkt, worden hierdoor niet getroffen.

Door de bondswet van 1 April 1905 (Bundesgesetz betr. Erganzung des Bundesgesetzes vom 23 Marz 1877 betr. die Arbeit in den Fabriken vom x April 1905) werd bepaald in art. 2 :

„Het is verboden de in artikel 11 der Fabriekswet en in artikel 1 van deze wet vastgestelde beperking van den arbeidstijd daardoor te ontduiken, dat den arbeiders werk mede naar huis wordt gegeven 1).

') Bulletin 1905. VI. p. 56.