Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorwoord van den Sehryver.

Mijn boek is gericht tot allen, die verstandig kunnen denken en den moed bezitten, om zich eene eigene wereldbeschouwing te vormen. De wereld is een taai zuurdeeg en wie er doorheen wil, mag voor hemel noch hel bevreesd zijn. Het spreekt vanzelf, dat ik daarbij aan rijpe menschen gedacht heb. Rijp is echter ieder, die éénmaal het uur der openbaring doorleefd heeft, waarin bij hem de zucht naar kennis ontwaakt is; waarin hij begrepen heeft, dat dit geheele vluchtige menschenleven met zijne drijfjacht gedurende enkele jaren en met al zijne ontgoochelingen, eene reusachtige dwaasheid zou zijn, als wij daaraan niet eene hoogere beteekenis gaven door vermeerdering onzer kennis, door het kleine kaarsvlammetje, „denken" genaamd, dat ons in al die verschrikkelijke duisternis geschonken is. Wie echter de kennis zoekt, die gaat naakt en barrevoets ; er is slechts één kleed, dat hem inhult: de waarheid. Maar hij schrijdt dan ook met ijzeren zekerheid op een enkel doel, op het licht, af en voor hem is geen misverstand mogelijk. Met hem kan ik samengaan, — alle anderen zijn mij volmaakt onverschillig. De feiten, die ik schets, zijn, met meer of minder geluk, bijeenverzameld uit het onafzienbare gebied van het moderne physiologische en zoölogische onderzoek. Het verband en de philosophische toepassing is volkomen subjectief en daarvoor ben ik alleen verantwoordelijk. Hem, die het veld der feiten overziet, behoef ik niet nog afzonderlijk onder het oog te brengen, hoezeer de zaken daar met elk uur vervloeien en dikwijls reeds tusschen de vingers

Sluiten