Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verouderen. Maar men kan van de bijzonderheden veilig een goed deel aftrekken, zonder dat de logische gedachte van het geheel verloren gaat en de werking daarvan blijft bestaan, ver voorbij dit of dat spindraadje. En mij dunkt, dat een flink stuk van, éémaal verkregen, grondwaarheden tegenwoordig werkelijk niet goed meer omvergeworpen kan worden, al moge ook het recht van den twijfel zoo ongeschonden mogelijk bestaan, — een recht, waarvoor ik zelf overal in de bres zal springen. Den uiterlijken vorm, waarin ik de zaken voorgedragen heb, houd ik nu éénmaal voor den bruikbaarsten, om tot het nuttige doel te geraken. Naar mijne meening moet de brug, welke leidt van het strenge vakgebied, waar men zekere, half of volkomen bewezen, feiten verzamelt, naar de verklaring voor die kringen, waar men meer de groote lijnen van het algemeene denken en van de wereldoverpeinzing noodig heeft, over de kunst gaan. En dat wel over alle middelen der kunst, van het gekleurde pathos tot den bonten humor. Het spreekt van zelf, dat dit niet de eenige taak is van de kunst. Maar hier heeft zij er ook eene te vervullen, — eene kleine vriendelijke taak, maar die van oneindig gewicht is, als wij bedenken, hoevelen er willen denken en slechts door denken tevreden worden, en die anders nooit zekere zuurdeegachtige feiten der wetenschap in hun bezit zouden krijgen. Dit deel vormt op zich zelf een afgesloten geheel, het helpt den lezer eenvoudig een eind op weg, wat als zoodanig geen verdere verklaring meer behoeft. Maar de aard der stof brengt toch mede, dat een tweede deel volgen kan, zooals ook zal geschieden. Dit zal dan in hoofdzaak over den mensch handelen.

Friedrichshagen bij Berlijn, WILHELM BÖLSCHE.

Augustus 1898.

Sluiten