Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vrouw Brunhilde. — De epiloog der moederliefde. — De oogen der Madonna aan de tuinschutting. — Aanteekeningen.

(Bldz. 351—370.) Mijnheer Stekelinsky. — In het groene water.

— De oude melodie : „De vrouw is bitter." — Het bruiloftskleed.

— Hoe de heer Stekelinsky een nest bouwde. — De Zigeunerin. — Over den braven vader en de ontaarde moeders. — Een uitstapje over het huwelijk in 't algemeen. — Zoölogische beschouwing over het moderne huwelijksvraagstuk. — De zedelijkheidswet der Stekelinsky's. — De philosophie van het toeval en de eeuwige wereldorde. — Aanteekeningen.

(Bldz. 371—412.) In het roode heidekruid. — De heilige en het zonnestofje. — Wat is de bij! — Een postillon d' amour tegen wil en dank. — Het drama van eene arme Vestaalsche. — De onterfden in het heidekruid. — Jeugd en ouderdom van de planeten. — Over den burcht der Trojanen. — Het liefdessprookje van mevrouw de koningin. — De maagdelijke voortplanting. — Een zoölogisch raadsel. — Over een koningskind. — De Vestaalsche als kunstproduct! — De patriarche. — Het slot van het bijensprookje.

— Philosophie van den bijenstaat. — Eene sociale proefneming. — De liefdesstaat. — Het oerprogramma der bijenliefde. — Tweeërlei vrouwen. — Hoe de bijens.aat onstond. — De staatskwal en de staatsbij. — De overweldiging van het individu. — Staatsreden en verval. — Het bankroet van den stam der gelede dieren. — Het gewerveld dier verheft zich tot mensch. — Een nieuw lied.

Sluiten