Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spande, maar ze ook voor immer wegvoerde in dezen storm en het gansche zwakke leven verpletterde op hetzelfde oogenblik, dat al zijne snaren hare geweldigste melodie zongen in eene, nooit te voren bereikte, harmonie

De eerste donder rolt in de verte. De wind daalt zacht ruischend in het oeverriet. Elf uur. Het spookuur der elfen is voorbij. Tienduizenden witte lijkjes heeft de, rusteloos voortschuivende, zwarte riviervlakte opgezogen, weggespoeld, als een feestmaal voor de kleine zilvervischjes in de diepte. De laatste zwakke achterblijvers, reeds ten doode opgeschreven, zal de regen ter neder slaan. Twee uren — en de geheele bruiloftsroes is voorbij, het hoogste levensdoel van het nieuwe wezen is vervuld tot aan zijn ondergang, tot in den dood. En te midden van het bacchantenfeest maait deze dood schoof voor schoof weg, totdat het laatste fonkelende stofje weer in de rivier, zijne oude woonplaats, is opgenomen en met den stroom is voortgedreven tot in den diepen nacht. „Gelukzalig schepsel", zegt een Griek uit de oudheid, — het heeft zoo snel geleefd, dat, behalve de dood, geen eigen verdriet het meer bereiken en geen aanblik van eens anders smart het meer bedroeven kon."

Twee uren.

Maar in deze twee uren van een onweersavond is het voortbestaan van het geslacht weer voor jaren verzekerd. De bevruchte eieren, — onhoorbaar in de diepte weggezonken, zooals de duizenden liefdelijkjes, maar zelf geen lijken, doch vol van het krachtigste leven, — zullen zich in een geheimzinnigen ontwikkelingsgang tot nieuwe larven vervormen. En dan na verloop van jaren opnieuw: opstanding, storm der bacchanten, bevrediging der liefde en offerdood.

Twee uren.

Maar in deze twee uren heeft zich een tooneel herhaald, waarop millioenen jaren neerzien.

De ééndagsvlieg is ouder dan gij, ouder dan de mensch. Haar bruilofts-reidans breidt zich uit in de oneindige tijdruimten van de aardgeschiedenis. Deze ééndagsvlieg heeft reeds

Sluiten